|
Koelen en condenseren in directe koeler/condensors.
Wanneer een luchtstroom wordt gebruikt als transportmiddel voor waterdamp, zoals dat gebeurt in drogers, dan ontstaat er hete aflucht met een bepaald waterdampgehalte. Aangezien deze met waterdamp en geurstoffen beladen aflucht doorgaans niet in de omgeving mag worden afgevoerd,moet er een afluchtbehandeling plaats vinden,waarvan de basis wordt gevormd door afkoelen van de dampstroom,waarbij condensatie optreedt van de waterdamp.
In een directe koeler/condensor wordt de aflucht in direct kontakt gebracht met koelwater. Er zal dan een klein deel van het koelwater gaan verdampen in de lucht,waardoor het vochtgehalte van de lucht toeneemt en de temperatuur daalt. Zie figuur 1. De aflucht ondergaat met A als vertrekpunt een zogenaamde adiabatische toestandsverandering. Deze verandering wordt gekenmerkt door een constante warmteinhoud; er vindt geen externe warmte-uitwisseling plaats. Eenmaal gekomen op punt B, is de lucht verzadigd met waterdamp en zal de aflucht, wanneer voldoende koud koelwater wordt toegevoerd, zich van punt B naar het gewenste eindpunt C gaan bewegen. Dit traject noemen we het condensatie-traject; er condenseert waterdamp en de warmteinhoud neemt af. Het traject: A ---> B wordt in het angelsaksische vakjargon ook wel het quench-traject genoemd. Deze toestandsveranderingen verlopen volgens de wetmatigheden van de psychrometrie (=de leer van het gedrag van vochtige lucht)en zijn rond 1923 vastgelegd door de fysicus Mollier in het alom bekende diagram met zijn naam: het Mollier-diagram.
Print