Dirkse Milieutechniek uit Joure heeft in een paar jaar tijd flinke sprongen over de landsgrenzen gemaakt. De focus ligt tegenwoordig op Oost-Europa, Azië en Zuid-Amerika. Directeur Erwin Dirkse vertelt hoe dat kon gebeuren.
Door Jurgen Tiekstra - Zakenbijlage Friesch Dagblad van 23 maart 2010.
Tien jaar geleden ontwikkelde het bedrijf van Erwin Dirkse (49) een techniek voor Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). In Nederland raakte hij deze afvalwaterzuiveringsinstallatie voor één huishouden nauwelijks kwijt. Ook de nabije toekomst beloofde weinig goeds voor de verkoop. Veel veranderde toen Dirkse deelnam aan een handelsmissie in Noord-Ierland. In het dunbevolkte land ontbreekt het grotendeels aan riolering, waarvan de aanleg een kostbare zaak is. Maar de Europese milieuwetgeving hijgt de Ieren wel in de nek. Dáár kwam de IBA van Dirkse in beeld. Komend jaar zet hij drie- tot vierhonderd exemplaren af in Noord-Ierland. De internationale handel bleek de redding.
Voor Dirkse Milieutechniek (DMT) - waarvan het hoofdkantoor zich bevindt op een bedrijventerrein aan de rand van Joure - is in drie, vier jaar tijd veel veranderd. De actieradius van het bedrijf reikte jarenlang niet verder dan driehonderd kilometer. De handel bleef binnen de grenzen van de Benelux. Maar na de eeuwwisseling raakte het bedrijf in financieel zwaar weer. De markt voor milieutechniek - afvalwaterzuivering, luchtzuivering, bodemsanering, geurbestrijding - raakte verzadigd. Sinds de oprichting van DMT in 1987 had Nederland in het milieubeleid reuzenstappen gemaakt. Bovendien was een belangrijk deel van de zware industrie naar Oost-Europa verplaatst.
Na lang twijfelen nam Dirkse in 1999 dan toch het bedrijf van zijn vader over. Maar pas drie jaar later kreeg hij vertrouwen in de toekomst van DMT. ,,Ik ging mee met handelsmissies van de Kamer van Koophandel en het ministerie van Economische Zaken om in het buitenland met bedrijven en overheden te praten”, vertelt hij vanachter zijn bureau in zijn kantoor. ,,Daar bleek belangstelling te bestaan voor Nederlandse milieutechniek. In mijn visie moesten we ons gaan toeleggen op export. Want de meest milieuwetgeving komt uit Brussel, en die geldt voor alle lidstaten.”
Groeimarkt Oost-Europa
De uitbreiding van de EU bleek een gouden greep voor DMT. In 2004 dijde de Unie met tien landen uit, waaronder Hongarije, Tsjechië, Polen, Slovenië en Slowakije. Drie jaar daarna volgden ook Bulgarije en Roemenië. Voor een bedrijf als DMT is Oost-Europa sindsdien een groeimarkt van jewelste. Maar de blik bleek eveneens naar andere richtingen gewend te kunnen worden: ook Ierland, Engeland, Frankrijk en Spanje vormen afzetmarkten. Daarnaast vertrekt Dirkse in de komende maanden op handelsmissie naar onder meer Portugal (,,daar staat veel te gebeuren”) en Griekenland (,,het gaat in die landen economisch niet fantastisch, maar er zijn wel leuke projecten”).
Azië is dan nog niet eens aan bod gekomen. China, India en Indonesië zijn emerging markets, die gedwongen door de bijbehorende vervuiling steeds meer belang hechten aan milieutechniek.
Het Nederlandse milieubeleid ontbeert een langetermijnvisie
Zonder aan acquisitie te doen, maar met hulp van Google, krijgt een klein bedrijf als DMT (twintig werknemers) vanzelf aanvragen binnen. Een activistischere houding vindt Dirkse niet eens nodig. ,,Als het er eenmaal begint, is de vraag gigantisch. De markt is er verschrikkelijk groot, maar er is een beperkt aantal milieubedrijven in de wereld, waardoor er voor iedereen wat te halen is.” DMT levert de technische kennis, lokale producenten leveren de installaties.
Dat een Fries bedrijf wereldwijd een afzetgebied heeft van deze omvang, is te danken aan de vooruitgeschoven positie die Nederland tijdenlang bezette. ,,Dit is een dichtbevolkt, hoog geïndustrialiseerd land”, verklaart Dirkse. ,,Nederland is een van de eerste landen in de wereld - voor een deel afgezien van Scandinavië en Duitsland - met een vooruitstrevende milieuwetgeving. De laatste tien jaar is dat niet uitgebouwd en zijn we op veel gebieden ingelopen. Maar nog steeds als we met tien of twaalf bedrijven op handelsmissie naar het buitenland gaan, is er veel belangstelling om met ons te spreken. Daar doen wij als BV Nederland te weinig mee.”
Geen langetermijnvisie
Want het Nederlandse milieubeleid ontbeert een langetermijnvisie. Dirkse beweert dat in naam van de gehele branche, benadrukt hij. Hij is voorzitter van de Vereniging van Leveranciers van Milieutechnologie (VLM), die zo’n honderd leden telt. Pijnlijk vindt Dirkse het hoe in het verleden met de binnenlandse windmolenindustrie is omgesprongen. Jarenlang stak
de overheid hier veel geld in, maar tegelijk werd verzuimd door wetgeving en financiële prikkels een afzetmarkt te creëren. ,,Mensen kopen niet voor de lol een windmolen. Ze moeten eerst een vergoeding krijgen voor de stroom die ze opwekken. wat altijd duurder is dan conventionele stroom. De overheid heeft heel veel invloed, maar regelt het hier minder goed dan in andere landen.” Met als resultaat: de Nederlandse windindustrie is ingestort. De windmolenparken in de Noordzee komen van buitenlandse bedrijven. Hetzelfde scenario is denkbaar met de ontwikkeling van biogas(opwerkings)installaties, waar DMT zich intensief op richt.
De stagiairs komen tegenwoordig uit Irak, China, Tsjechië en Roemenië
,,Het is duidelijk dat die markt veel perspectief heeft. Duitsland plaatst de komende tien jaar mogelijk duizend installaties. Zij willen minder afhankelijk zijn van Russisch gas, maar je ziet hetzelfde in Engeland en Frankrijk.” Nederland telt drie leveranciers, waaronder DMT. Om straks mee te kunnen in de grote slag is het cruciaal dat de eerste lessen in eigen land worden geleerd. ,,We moeten ervaring opdoen, fouten maken, betere producten maken.” Maar opnieuw vergeet de Nederlandse overheid een eigen afzetmarkt te creëren. ,,In Duitsland staan nu 25 biogasopwerkingsinstallaties, in Nederland nog geen 10. Onze concurrenten in Duitsland hebben daardoor meer ervaring, ze zijn goedkoper, ze zijn verder met de techniek. Het is misschien nu al te laat. Als er geen thuismarkt komt, dan is deze sector ten dode opgeschreven.”
Globalisering en duurzaamheid
De globalisering en wereldwijde focus op duurzaamheid - een woord dat vóór 2000 nog nooit weerklonken had in de wandelgangen van DMT - hebben veel betekent voor het bedrijf in Joure. Dat geldt in meerdere opzichten: was de stap naar het buitenland niet gemaakt, dan had de huidige economische crisis veel meer schade aangericht bij Dirkse en zijn werknemers. Door de gestaag doorgroeiende Aziatische economieën, maar ook door de florerende markten in landen als Chili en Brazilië, lukte het om vorig jaar dezelfde omzet te draaien. Toch blijft de toekomst enigzins onzeker.
Maar die duurzaamheidsrevolutie heeft DMT ook op een andere manier aangeraakt. Als Dirkse tien jaar geleden gevraagd was naar het doel van zijn bedrijf, dan had hij geantwoord: ‘rendement uit het geïnvesteerde kapitaal’. Anno 2010 werkt hij in overleg met zijn personeel en de raad van commissarissen aan een heus mission statement, dat moet benadrukken dat er meer is dan puur geld verdienen. ,,Ik was daar toen heel zwartwit in. Maar met het stijgen der jaren word je genuanceerder.” Al is hij nog steeds geen milieuactivist. Dirkse benadrukt met name de voordelen die een helder uitgedachte identiteit biedt in het aantrekken van zowel klanten als personeel.
In 2011 wil DMT doorgroeien naar 25 werknemers, die steeds vaker worden gescout in het buitenland, aangezien hoog opgeleide chemische technologen en biotechnici in Nederland steeds minder ruim voorhanden zijn. De stagiairs komen tegenwoordig uit landen als Irak, China, Tsjechië, Roemenië. De wereld van de milieutechniek is de laatste jaren dan toch volop in beweging gekomen. Ook dicht bij de deur worden nog grote stappen gemaakt. Dirkse: ,,Zelfs de hoofdstad van Europa, Brussel, had tot een paar jaar geleden in de hele stad geen waterzuivering. De twee grote zuiveringsinstallaties daar zijn pas drie, vier jaar in bedrijf. Voor die tijd werd het afvalwater nog in de Zenne geloodst, waarna het in de Schelde terechtkwam en bij Zeeland uitkwam. Als je dan bij Cadzand vrolijk in de zee sprong, sprong je eigenlijk in het afvalwater.”
Print